‘Heb je deze weleens gegeten?’ Samantha Verhaaf (23) steekt een stokbrood in een papieren zakje omhoog. ‘Dit smaakt net als de gewone variant.’ Vader Hans (76) beaamt het. Zowel hij als zijn dochter hebben coeliakie. Hans is coeliaak sinds 1975, Samantha weet het sinds haar vijfde. Moeder Yolanda (57) maakt een tosti klaar. ‘Ik kan wel gewoon eten,’ zegt ze bijna verontschuldigend.

Speciaal voor het interview is Samantha naar het ouderlijk huis in Voorschoten komen rijden. Normaal gesproken woont ze in Leiden, waar ze studeert. Haar hondje is ook mee. Samantha is de jongste van vier kinderen, van wie een oudere broer ook coeliakie heeft. ‘Ik eet al glutenvrij zolang ik me kan herinneren,’ zegt ze. ‘Daarom vind ik het ook niet lastig om het dieet vol te houden. Alleen als ik langs de bakker loop en de geur van vers brood ruik; dat kan nog wel eens lastig zijn. Maar ik ken de smaak van glutenhoudende producten niet, dus kan ik het ook niet missen.’

Dat was voor Hans wel anders. Hij was 34 jaar toen coeliakie geconstateerd werd. ‘Een echte patiënt’, beschrijft hij zichzelf in die tijd. ‘Ik was ontzettend mager, altijd moe. Eigenlijk voelde ik me alsof ik constant een kater had.’ Hans was eigenaar van een groot horecabedrijf en was dus altijd in de weer.

Patissier

‘Voor een speciale expositie in het Van Gogh-museum moest ik in Wenen op zoek naar een patissier. We waren met een klein gezelschap, sliepen in een prachtig hotel en zouden allemaal lekkere dingen eten, maar ik voelde me steeds beroerder. Op een gegeven moment kwam ik mijn hotelkamer niet meer uit. De arts ter plaatse vermoedde coeliakie en zei dat ik in Nederland maar naar het ziekenhuis moest gaan.’

Destijds waren nog maar zo’n 2000 mensen in Nederland gediagnosticeerd met coeliakie. ‘Het biopt ging ook nog zonder verdoving,’ herinnert Hans zich. ‘Ik zou zelf de slang maar door mijn keel moeten duwen!’ Tot overmaat van ramp belde het ziekenhuis vier dagen later met de mededeling dat de koelkast waarin zijn kweek had gezeten, het had begeven. ‘Begon die hele ellende weer van voor af aan.’

Na de diagnose miste hij de spontaniteit van ‘zomaar ergens een broodje halen.’ Hans: ‘Als ik honger had, vroeg ik aan Yolanda of zij een broodje wilde kopen. Dan kon ik tenminste de geur opsnuiven.’ Voor Samantha was het makkelijker om glutenvrij te gaan eten. Op de basisschool was het wel een drama: ‘Met mij werd nooit rekening gehouden. Na acht jaar op die school begrepen ze het nog steeds niet. Yolanda: ‘Ik zorgde voor een eigen trommeltje, waar ik dan allerlei lekkers in stopte. Zo lekker, dat andere kinderen soms jaloers waren op Samantha’s traktaties.’

Sausjes

Het bewustzijn met betrekking tot het glutenvrije dieet is sindsdien behoorlijk verbeterd, vinden vader en dochter. Maar, zegt Samantha, het blijft opletten. ‘Vriendinnen dopen hun brood weleens in mijn sausjes. En ooit zijn we eerder bij een feestje weggegaan omdat mijn vader en ik er niets konden eten.’ Hans: ‘Ik had vroeger in de auto altijd een trommeltje met toastjes bij me. Tegenwoordig kun je gelukkig ook snel even langs de supermarkt als je glutenvrije
boodschappen moet doen.’

Op vakantie nam het gezin vroeger een hele tas extra eten mee, maar dat is tegenwoordig niet meer nodig. Enthousiast vertellen Hans en Samantha over alle goede glutenvrije ervaringen die ze in het buitenland hebben gehad. ‘Ik was met mijn vriend in Kroatië, waar een glutenvrije pizzeria bleek te zitten. De dochter van de eigenaar had ook coeliakie, dus ze wisten precies waar ze het over hadden. De pizza die ik daar kreeg was zo groot dat ik ‘m bijna niet op kon eten,’ vertelt Samantha. Hans: ‘Het is fijn als je ergens terecht kan zonder telkens alles uit te hoeven leggen. Je wil niet altijd op die manier aandacht op jezelf vestigen.’

Schema

Samantha woont samen met haar vriend. ‘Dat gaat prima,’ zegt ze. ‘In het begin vond hij het lastig om boodschappen te doen, toen heb ik een heel schema voor hem gemaakt wat ik wel en niet mocht.’ Tegenwoordig eten ze gewoon allebei glutenvrij, dat maakt het makkelijker. En Samantha bakt haar eigen brood. Een recept dat van vader op dochter is doorgegeven. Hans: ‘Toen ik nog werkte, had ik geen tijd om te bakken. Nu wel. Het brood in de supermarkt is vaak niet lekker of blijft niet lang goed, dus maak ik het liever zelf. De gouden tip die ik ooit kreeg was om de olie er pas als laatste bij te doen. Dan wordt het brood het mooiste.’

Ook moeder Yolanda heeft een boel recepten leren maken. Terwijl Hans een paar receptenboeken uit de kast trekt, somt ze op: ‘Poffertjes, kletskoppen, appelbeignets, glutenvrije oliebollen… Ik ben ermee gestopt om alles te proberen, we hadden veel te veel lekker eten.’

Receptenboek

Hans opent het oudste receptenboek dat ze hebben: een multomap met losse blaadjes erin. ‘Deze kregen we toen we lid werden van de NCV.’ Het recept voor appeltaart, hebben ze geperfectioneerd. Hans maakt nu kleine varianten, die hij invriest. ‘Dan heb ik altijd wat lekkers als er bezoek komt.’ Samantha bakt ook weleens, maar kookt liever. ‘Bakken vind ik vaak te veel werk,’ zegt ze. ‘Maar ik kom graag bij mijn ouders langs om voor ze te koken. Dan staan we de hele dag in de keuken en blijf ik tot ’s avonds laat.’ Hans: ‘Alles wat Samantha maakt, is lekker.’

Leave a Reply

Your email address will not be published.